Geschiedenis
Een lijkwade lijkt misschien iets nieuws maar werd al meer dan 5000 jaar geleden gebruikt. In de heel oude culturen geloofden de mensen dat je het lichaam nodig had om in het hiernamaals mee door te kunnen leven. Daarom was het belangrijk dat het lichaam zo mooi en herkenbaar mogelijk begraven werd.
Elke cultuur heeft zijn eigen manier om de lijkwade te gebruiken. Vanuit het Christendom is de lijkwade van Turijn bekend. Jezus zou, nadat hij van het kruis was genomen, in deze doek gewikkeld zijn.
In de Joodse geschiedenis wordt gesproken over het inwikkelen van de doden, waarbij het belangrijk was dat deze lijkwaden zeer eenvoudig waren om aan te geven dat in de dood iedereen gelijk was.
In Ghana is er een volk waarbij het versieren van een lijkwade als een aparte kunstvorm wordt beoefend.
Bij Moslimgelovigen wordt ook gebruik gemaakt van een lijkwade waarbij zij nog steeds gebruik maken van de traditionele wikkeltechnieken.
In Nederland is het sinds een aantal jaren toegestaan om iemand te begraven of te cremeren in een lijkwade. Daardoor komt een uniek gebruik weer langzaam terug. Alleen de eisen die mensen stellen aan een kleed, zijn veranderd. Een overeenkomst met de vroegere en de moderne lijkwade is, dat het lichaam herkenbaar blijft.
